Welke stappen om de archiefkenmerken opnieuw te bepalen zijn er?Which steps are there for determining the archive attributes (kenmerken) again?
Indien je met terugwerkende kracht de archiefkenmerken van afgehandelde zaken wilt vastleggen dan moet je dit per resultaattype opnieuw vastleggen. In het scherm archiefkenmerken opnieuw vastleggen (scherm1246) vind je alle resultaattypen die in aanmerking komen om opnieuw voorzien te worden van archiefkenmerken. Tussen haakjes staat achter het resultaattype het nummer van het zaaktype. Klik op een resultaattype om te beginnen met stap 1.
If you want to lay down the archive kenmerken of cases (zaken) that have been dealt with, with retroactive effect, then you have to lay this down again per result type. In the screen archiefkenmerken opnieuw vastleggen (scherm1246) you find all the result types that qualify for being given archive kenmerken again. In brackets, after the result type, stands the number of the case type (zaaktype). Click a result type to begin with step 1.
De volgende stappen moet je nemen:
You have to take the following steps:
- Stap 1: Per relevant resultaattype moeten de oude archiefkenmerken worden vervangen door nieuwe. Hiermee zorg je er voor dat het resultaattype voorzien is van de correcte archiefkenmerken.Stap 1: per relevant result type, the old archive kenmerken have to be replaced by new ones. With this you make sure that the result type has been given the correct archive kenmerken.
- Stap 2: De nieuwe archiefkenmerken moeten worden gekopieerd naar eerdere versies van het resultaattype. Dit doe je om er voor te zorgen dat ook eerder afgehandelde zaken worden meegenomen in de archiefprocedure, voorzien van de juiste archiefkenmerken.Stap 2: the new archive kenmerken have to be copied to earlier versions of the result type. You do this to make sure that zaken dealt with earlier are also taken along in the archive procedure, provided with the right archive kenmerken.
- Stap 3: Bestaande archiefkenmerken van zaken kunnen worden verwijderd. Bij het afhandelen van een zaak met een bepaald resultaat worden direct de bij dat resultaattype behorende archiefkenmerken toegewezen aan de afgehandelde zaak. Dit kunnen dus foutieve archiefkenmerken zijn. Om er voor te zorgen dat deze foutieve kenmerken niet gebruikt gaan worden zullen deze kenmerken in stap 3 worden verwijderd.Stap 3: existing archive kenmerken of zaken can be removed. When a zaak is dealt with using a certain result, the archive kenmerken belonging to that result type are assigned to the zaak dealt with immediately. So these may be erroneous archive kenmerken. In order to make sure that these erroneous kenmerken are not going to be used, these kenmerken will be removed in step 3.
- Stap 4: Men geeft aan dat alle afgehandelde zaken met (een eerdere versie van) dit resultaat, opnieuw verwerkt kunnen worden. Bij stap 2 heb je alle versies van het resultaattype voorzien van de juiste archiefkenmerken. Bij stap 3 heb je alle archiefkenmerken bij afgehandelde zaken verwijderd. In stap 4 zorg je er voor dat deze zaken die geen archiefkenmerken meer hebben deze opnieuw krijgen op basis van wat je bij stap 2 hebt opgegeven.Stap 4: you indicate that all zaken dealt with using (an earlier version of) this result can be processed again. At step 2 you gave all versions of the result type the right archive kenmerken. At step 3 you removed all archive kenmerken with zaken that had been dealt with. In step 4 you make sure that these zaken, which no longer have archive kenmerken, get them again on the basis of what you entered at step 2.
Zie de onderstande handleiding voor een uitgebreide toelichting hierop.
See the manual below for an extensive explanation of this.